Home   |   Nieuws   |   Kalender   |   Contact
 

Ik, Willem Elsschot - Literaire theatermonologen

 
Zoek

 

Hoe kom je erbij steeds literaire theatermonologen op de Bühne te zetten?

Dat heeft alles te maken met het onderwijs. Ik was neerlandicus aan de Katholieke Hogeschool Brussel en docent fonetica-dictie aan het Conservatorium te Brussel. Ik koos voor het onderwijs, maar wilde – ik had ook een opleiding van acteur achter de rug - , het contact met de scène niet verliezen. De voeling met het publiek vond ik onontbeerlijk om degelijke spreektechniek aan te leren aan de aspirant-leraars Nederlands en de scenische spreektechniek aan de aspirant-acteurs en actrices. En… de microbe is gebleven.

 

Wat vind je zo speciaal aan Elsschot?

De liefde-haat verhouding met zijn beroep als reclameman, Alfons De Ridder én zijn progressieve visie op de literatuur als auteur, Willem Elsschot. Zijn taal is en blijft zeer modern, al dateert zijn oeuvre al van pakweg 60 jaar geleden.

 

Als mens, superintelligent, een eenzaat, maar wel getrouwd en 6 kinderen. Voor echte vrienden ging hij door het vuur. In zaken keihard, volgens de wet. Hij had graag zijn brood verdiend als schrijver, maar dat lukte niet. Een kraaknette zakenman, un homme de femme! Altijd een Reinaert De Ridder en een Willem De Vos.

Als dichter: speciaal. Hij schrijft amper 22 klassieke traditionele gelegenheidsgedichten. Hijzelf vond ze niet goed genoeg om ze te publiceren. De expressionistische stijl van Paul Van Ostaijen was niet aan hem besteed. Niet één belangrijk dichter heeft zo weinig gedichten geschreven als hij. Sommigen achten zijn gedichten hoger dan zijn proza. En ik heb het dan over pakweg 10 goeie gedichten.

Als romancier heeft hij ook weinig geschreven. Amper 11 (dunne) romans, romans van Europese klasse weliswaar, die nu anno 2006 op grote schaal in diverse talen verschijnen. Tijdens zijn leven weinig erkenning in Vlaanderen, meer in Nederland. In Vlaanderen kenden de volkschrijvers Timmermans, Claes en Streuvels succes, die typisch Zuid-Vlaams hanteerden. Elsschot schrijft stadsromans, in een Algemeen Nederlands. Zijn verblijf in Nederland (Schiedam-Rotterdam)- en de hulp die hij op taalgebied mocht ondervinden van Anna van der Tak, Jan van Nijlen en later van Jan Greshoff en Simon Carmiggelt, hebben zijn Nederlands voortdurend aangescherpt.

 

Wat vind je zo specifiek aan zijn taal?

Zijn trefzekere stijl. Zijn zakelijkheid. Een pragmaticus. De kampioen van de korte zinnen met overwegend eenlettergrepige woorden. In de inleiding op “Kaas” legt hij uit wat hij onder stijl verstaat. En in “Achter de schermen”, een aanhangsel bij ‘Tsjip’ horen we hem luidop denken hoe hij de definitieve vorm vastlegt.

 

Zijn de romans: fictie of niet?

Uit zijn leven gegrepen. De onderwerpen haalt hij uit zijn familieleven, zijn vriendenkring en uit zijn zakenwereld. Mensen uit zijn omgeving worden personages in zijn boeken. Al zijn romans zitten vol codes. Een labyrint vol met dubbele bodems, waar men nooit helemaal uitraakt. De filosofische betekenis die schuilgaat in zijn romans, wordt duidelijk onderschat; Nu nog.

 

Waar gaat je voorkeur heen bij Elsschot?

Enerzijds naar 10 gedichten. Gelegenheidsgedichten gericht tot één persoon. Vooral zijn moedergedichten en Het Huwelijk.

Anderzijds naar de zakenromans “Kaas” en “Het Been” (Boorman en Laermans zijn nooit ver weg), maar eveneens naar zijn. familieromans “Tsjip” en “De Leeuwentemmer”, waar hij respectievelijk als vader en grootvader spreekt.

 

Waarom koos je voor Elsschot?

Omdat hij net zoals Multatuli, Gezelle en Carmiggelt behoort tot het kransje van onze grootste Nederlandse literatoren, die we moeten koesteren en in ere houden.

 

Herman Bogaert