Home   |   Nieuws   |   Kalender   |   Contact
 

Als je door de muze gebeten wordt, vloeit het zo wel uit de pen

 
Zoek

 

Vic van de Reijt. `Interviews met Willem Elsschot. "Als je door de muze gebeten wordt, vloeit het zo wel uit de pen".' In: Het Oog in 't Zeil 1 (1983), afl. 2 (december), p. 1-6.

 


Van elke tien artikelen over Willem Elsschot gaan er negen over zijn miskenning, acht over zijn cynisme en zeven over de 'dualiteit' Boorman-Laarmans. Zes van de tien critici zeggen dat hij niet deelnam aan het literaire leven en dat hij zich zelden liet interviewen. Vijf voegen eraan toe dat hij, behalve Shakespeare en de Bijbel, nooit iets gelezen heeft. Zo kunnen de 85.000 bezitters van de platenatlas Ik probeer mijn pen…op pagina 143 lezen: 'Het enige letterkundige werk dat hij in twintig jaar ingezien heeft, was de kleine novelle Genezing door aspirine van Gerard Walschap, en dit berustte op een vergissing: hij meende namelijk dat het een reclamegeschriftje was (hij was zelf directeur van een reclamebureau), maar toen hij merkte dat het slechts literatuur was, staakte hij de lezing onmiddellijk.'
Met de Elsschot-studie is het al net zo gesteld als met de studies uit het Wereldtijdschrift. Even gemakkelijk als Boorman de clichés over marmer, cement, papier en Maarschalk Foch aaneenrijgt, strooit de kritiek met gemeenplaatsen over miskenning van Elsschot, zijn cynisme en zijn gebrek aan literaire opvoeding. Men noemt het debuut Villa des Roses 'vrijwel onopgemerkt', terwijl vijftien van de zestien recensenten het toejuichen. Men verwart een gezonde kritische instelling met cynisme. En men weet niet dat Genezing door aspirine door Elsschot zelf in het Frans is vertaald. Het is dus niet onaannemelijk dat hij het toch heeft uitgelezen.
In 1982 verscheen in de serie 'Literair archief' van Bzztôh Over Willem Elsschot. Beschouwingen en interviews, een verzamelbundel die als belangrijkste kwaliteit heeft dat daarin alle clichés uit de Elsschot-kritiek nog eens keurig op een rijtje worden gezet. Redactrice Annemarie Kets-Vree verrijkte de Elsschot-wetenschap bovendien met maar liefst twee interviews, waaronder dat van Ferdinand Langen. Deze had als eerste vraag bedacht: 'Wanneer is uw roman Villa des Roses verschenen?' Vreemd dat Langen voor het antwoord op deze klemmende vraag helemaal naar Antwerpen moest afreizen.
Helaas winnen in Over Willem Elsschot de beschouwingen het van de interviews. De wèl opgenomen gortdroge analyses van Het dwaallicht worden blijkbaar hoger aangeslagen dan de uitspraken van de schrijver zelf. Voor de Elsschot-liefhebbers die dat betreuren heb ik in het literair archief nog een twintigtal vraaggesprekken opgedolven.