Inleiding Femke Halsema

Inleiding van Femke Halsema door Sjoerd de Jong

Dames en heren.

Ik ben hier om iemand aan te prijzen. Maar aanprijzen, dat staat een ombudsman natuurlijk slecht. Een ombudsman is kritisch, hinderlijk en onafhankelijk. Hij neemt klachten in ontvangst, onderzoekt misstanden en velt een oordeel. Dat klinkt niet echt gezellig. En toch staat hier een ombudsman die blij is, en vereerd, dat hij de volgende spreker bij u mag inleiden. Ik ben namelijk allereerst blij dat ik Femke Halsema hier mag inleiden juist namens NRC Handelsblad. Want Femke Halsema mag dan wel aanvoerder zijn  geweest van een linkse partij, ze beschouwt zichzelf vooral als ,,vrijzinnig’’ en  ,,ondogmatisch’’  – twee steekwoorden die ook heel goed passen bij de krant. Sterker nog, zij werd in 2006 door de JOVD zelfs uitgeroepen tot ,,liberaal van het jaar’’. Asjemenou.

Dat is een eer die nog geen enkele hoofdredacteur van NRC Handelsblad, toch van oudsher een liberale krant, ten deel is gevallen. Hoewel, laat ik dat er meteen maar bij zeggen, ik niet zeker weet of we , gelet op de recente lotgevallen van haar partij, haar verfrissende voorbeeld in alle opzichten moeten volgen. Tussen twee haakjes, ik heb natuurlijk niet de pretentie uw vaste inleider Peter Vandermeersch hier vanavond te kunnen evenaren, maar hoop toch zijn  gemis enigszins te kunnen goedmaken. U ziet, ik heb in elk geval dezelfde bril. Helaas ben ik dan weer vergeten me niet te scheren vanochtend.

Ik ben daarnaast blij dat ik Halsema mag aankondigen, omdat zij ook enige tijd bijdragen aan de krant heeft geleverd, en wel als columniste.  Dat deed zij  in een zogeheten wisselcolumn met twee andere nationale politici, Ton Elias van de VVD en Martin Bosma van de PVV. De ombudsman vond die wisselcolumn natuurlijk weer geen goed idee. Waarom niet? Eenvoudig. Landelijke politici beschikken al over het mooiste podium van Nederland, namelijk de vergaderzaal van de Tweede Kamer der Staten Generaal, gevestigd te ‘s Gravenhage. Bovendien krijgen ze op kosten  van de belastingbetaler vaste zendtijd op televisie. Laat de krant de felbevochten ruimte in de kolommen dan toch bij voorkeur gunnen aan interessante mensen die nog geen podium hebben, of in elk geval geen vergelijkbaar podium. Dat oordeel velde de ombudsman op 4 december 2010.

Twee weken later maakte Femke Halsema via Twitter bekend dat zij opstapte als fractieleider van GroenLinks. U denkt misschien, zo’n ombudsman, wat  maakt dat nu helemaal uit. Maar u ziet, hij doet het niet voor niets. Toch vond ik het latere vertrek van Halsema als columniste ook jammer – want haar columns waren de moeite waard. Femke Halsema heeft namelijk de gave van het woord. Ook daarom ben ik blij dat ik Femke Halsema hier mag inleiden. Zij heeft zich doen kennen als een voortreffelijk spreekster, begeesterd maar met gevoel voor nuance en humor. Als u ook hier een overeenkomst ziet met de krant, berust die hopelijk niet op toeval.

Maar dan de hoofdpersoon van vanavond, Willem Elsschot. Wat kan Femke Halsema u over hem vertellen dat u nog niet weet? Ik ben benieuwd, en u vast niet minder. Op het eerste gezicht denk je namelijk: wat zou Femke Halsema in godsnaam te maken kunnen hebben met Willem Elsschot? Halsema is een oud-politica, Elsschot was helemaal geen politieke schrijver, laat staan een partijpolitieke. Halsema is een moralist, volgens rechts Nederland typisch zo’n Gutmensch die met een opgeheven vingertje ter wereld kwam. Elsschot was daarentegen een cynische observator van de menselijke toestand, met alle valsigheden en gebreken die daarbij horen.

Halsema is bovendien, en dat was ze al in haar schooljaren, een dwarsligger. Als jong Kamerlid liet zij haar krullen knippen omdat ze vond dat haar uiterlijk te veel aandacht trok. Elsschot was nu juist, althans volgens sommigen, een typische burgerman. Maar toch. Als je een beetje beter kijkt, beginnen toch ook, onder die oppervlakkige verschillen, voorzichtig enige overeenkomsten op te lichten.

Eerst over die politiek. Nee, Elsschot was geen politicus.  Hij ,,meed het gevaar van de politiek, want hij was liever een gelukkig man’’, zei Yves Le Terme in een eerdere rede voor dit illustere gezelschap. En inderdaad, zoals u allen weet, die eindeloos geciteerde dichtregels van hem over droom en daad, die slaan niet op politieke idealen en realiteiten, maar op de moorddrift van een echtgenoot in een, hoe zeg je dat, diep ongelukkig huwelijk. De onvolprezen Yves Le Terme kwam in die rede tot de conclusie dat politiek in het werk van Elsschot wel degelijk een rol speelt, mits die wordt verstaan als bekommernis om de polis, de gemeenschap van mensen die for better or worse (en dan vaak worse) met elkaar dienen samen te leven. Volgens Le Terme hangt in Elsschots oeuvre,  ik citeer, ,,een door het kruid van het cynisme gemaskeerde geur van bezorgdheid voor de mens met zijn verlangen naar verbondenheid’’.

Ik zou zeggen: voilà (u ziet, ik probeer ook enigszins te spreken in de geest van Peter Vandermeersch), daar hebben we Femke Halsema. Haar politieke inzet wordt immers ook gekenmerkt door die bekommernis om  de gemeenschap, en ik zou bijna zeggen., als die woorden niet waren geclaimd door een andere politieke stroming, om de normen en waarden van die gemeenschap.

Dat brengt ons bij het tweede onderscheid. Elsschot de cynicus versus Halsema de moralist. Wat mij zelf altijd het meest aansprak in Halsema’s politieke optreden, was haar open oog voor de hypocrisie in het Nederlandse politieke debat van de afgelopen tien jaar. Voor de dubbele moraal in dat debat. Voor de toenemende intolerantie vanuit een gewaande normaliteit die zichzelf ziet als de eeuwige norm aller dingen en alles wat daar van afwijkt als ongewenst, achterlijk of barbaars. Dus: wel alle vrijheid van meningsuiting in het debat voor jezelf opeisen, maar die van anderen aanklagen als een bedreiging van de rechtsstaat.

Wel ritueel slachten tot nationaal schandaal verheffen, maar de bio-industrie bij voorkeur zien als een noodzakelijk kwaad. Wel gelovigen oproepen hun overtuiging thuis te laten, maar het eigen radicale verleden vertederd uitbraden als jeugdig engagement. Eerst moslims bezweren dat ze hun Koran niet letterlijk moeten nemen, als het gaat om het slaan van vrouwen bijvoorbeeld, maar hen dan uitleggen dat er metaforisch ook niet veel mee te beginnen valt. Eerst Ayaan Hirsi Ali op handen dragen, als een seculiere Jeanne d’Arc die ons komt verlossen van de duisternis, maar haar dan, na bewezen diensten, uitkotsen als een hooghartige bedriegster. Lang niet al deze voorbeelden van dubbelhartigheid zijn door Halsema zelf ook aangekaart – trouwens,  met de weigerambtenaren heeft het gewetensvolle Groen Links ook opvallend weinig geduld. Maar de kern van de zaak had zij feilloos in de gaten: hier wordt met twee maten gemeten.

Maar Elsschot dan? Had die niet ook een open oog voor die opportunistische plooibaarheid van menselijk gedrag en opvattingen? Voor het basale feit dat mensen vaak anders doen dan denken, en ook anders doen of denken dan ze denken te doen? Zeker en vast, zou ik zeggen.

De tweede gastspreker van vanavond, Mark Eyskens, roemde Elsschot ooit als ,,een stoïcijn, die zijn verdriet om de onvervulbaarheid van het menselijk bestaan moedig verbeet.’’ Halsema is dan misschien een stoïcijnse moralist, eentje die weet dat het soms strijden tegen de bierkaai is. En ja, het verbijten van verdriet over de onvervulbaarheid der dingen is bij haar partij inmiddels een veelgepraktiseerde vaardigheid geworden.

Dan Halsema de dwarsligger. Dat was ze al op school in Enschede. Een portret uit NRC Handelsblad bij haar aantreden als leider van Groen Links in 2002 meldt: ,,Ze hockeyde, maar kluste bij in een supermarkt. Ze was slim genoeg om naar het gymnasium te gaan maar koos, ondanks hevige protesten van haar ouders, voor de havo. ‘Het gymnasium was voor tutten, ik wilde bij de drinkers en de rokers horen’, zei ze in een interview.’’ Elsschot was geen dwarsligger, in die zin. Alfons de Ridder was, alweer volgens  Yves Le Terme,  eerder een ,,bourgeoisbohémien’’. Een ironische, soms sarcastische waarnemer, maar ook een burgerman die in elk geval niet openlijk aanstoot wilde geven aan de goegemeente. Maar toch. Je hockeyend, drinkend en rokend door  de havo slaan, hoe bourgeoisbohémien is dat eigenlijk? Oordeelt u zelf.

Tot slot.  Is Femke Halsema, nu zij dan geen politica meer is, ,,een gelukkige vrouw’’? In interviews na haar vertrek uit de politiek zei ze dat het ,,wel wennen’’ was, het ,,nederige leven buiten de schijnwerpers.  ,,Stilte, niets doen moest ik weer leren. Dat was ik volledig kwijtgeraakt.’’ En: ,,Ik ken de angst om niet meer gehoord te worden. Dat je dan ophoudt te bestaan.’’ Inmiddels staat haar teller op Twitter op 17.268 tweets, en 199.445 volgers. Dit is de stand van hedenmiddag 12.19 uur, dus allang achterhaald. Houdt u het zelf alstublieft bij op uw i-Phone. Ik sluit trouwens niet uit dat  u straks haar lezing ook simultaan op Twitter kunt zien verschijnen. Met dat ‘niet meer gehoord worden’ lijkt het dus wel mee te vallen. Bovendien, Halsema stuurt geen tweets van het kaliber ‘Sta bij de slager maar kan niet kiezen’. Of, wat je ook wel eens leest van een volksvertegenwoordiger:  ´Sta in de file.´ En dan, uren later: ‘Hèhè, het rijdt weer.’ Ja, dat is ook een manier om het volk te vertegenwoordigen.

Femke Halsema’s tweets zijn daarentegen to the point, interessant, scherp en kunnen ook  - zoals het bestuur van Groen Links onlangs aan den lijve mocht ervaren – snoeihard aankomen. Dus u ziet: eigenlijk heeft zij de politiek helemaal niet verlaten. Management by tweet, waarom zouden Samsom en Rutte dat niet kunnen? Dan is Groen Links toch nog een trendsetter.

Dames en heren,

Graag vraag ik uw aandacht voor Femke Halsema.

Terug naar boven