|
1908-1911
Rotterdamse jaren. Woont aanvankelijk, nog alleen, in pension bij de weduwe D.M. Hoen-van Zuylen en daarna bij de half Antwerpse familie Van Laarhoven, beide op de Claes de Vrieselaan. Huwt op 8 augustus 1908 te Berchem met Joséphine Scheurwegen en echt Walter. Het gezin vestigt zich op het adres Snellinckstraat 7a; na de geboorte van Adèle (1909) verhuist men via nummer 22 naar 49a in dezelfde straat. In 1911 volgt de geboorte van Willem. Na zijn ontslag op 31 augustus 1911 bij Werf Gusto treedt hij in dienst bij ‘Machinefabriek Delftshaven. Scheepswerf A.C. De Ridder’ als boekhouder en correspondent. Te Rotterdam schijft hij een tiental gedichten (waarvan negen ‘Verzen van vroeger’) die hij met negen eerdere gedichten persklaar maakt in ‘Het Cahier’, opgedragen aan zijn vriend René Leclercq. Schrijft op aandringen van zijn collega bij Werf Gusto Anna Christina van der Tak zijn memoires over het Parijse familiepension: op 1 september 1910 voltooit hij het manuscript van Villa des Roses.
|