|
1901-1904
In zijn studententijd actief lid van de Vlaamsgezinde NSK, de Nederlandse Studenten Kring, waarvoor hij ‘epossen’ schrijft en liederen als ‘Spaanse ban’ en ‘Schele Vanderlinde’. Brengt zijn studieverlof met Fine en Walter door in Blauberg in de Kempen. Behaalt in augustus 1903 met ‘grote onderscheiding’ het diploma van Licenciaat in de Handels- en Consulaire Wetenschappen; een jaar later ‘met onderscheiding en eervolle vermelding’ het diploma van de hogere graad in deze studiën. Publiceert het eerste ‘Moeder’-gedicht (‘Moeder, mij heugen de dagen maar nauw,’), alsmede ‘Herfstgroet’ en ‘De zee’ in Jong Holland, maandschrift voor Groot-Nederland (1902).
|